
Nee, het ‘Towards Sustainability’ label is geen garantie voor een 100% groen fonds, maar een minimumnorm met gedefinieerde tolerantiedrempels.
- De methodologie laat investeringen toe in bedrijven met aanzienlijke omzet uit fossiele brandstoffen, vanuit een strategie van ‘engagement’.
- Alternatieve Europese labels, zoals het EU Ecolabel, hanteren op cruciale punten, zoals de uitsluiting van fossiele brandstoffen, strengere regels.
Aanbeveling: Gebruik het label als een eerste filter, maar voer uw eigen ‘portefeuille-autopsie’ uit door de gedetailleerde samenstelling van het fonds te controleren om de afstemming met uw persoonlijke ethische normen te valideren.
De roep om duurzaamheid weerklinkt steeds luider in België. Een recente studie toont aan dat 92% van de Belgen bezorgd is over klimaatverandering, en die bezorgdheid vertaalt zich naar hun spaargeld. Beleggers zoeken actief naar manieren om hun kapitaal in lijn te brengen met hun waarden. In deze zoektocht fungeert het Belgische ‘Towards Sustainability’ label, beheerd door Febelfin, voor velen als een baken van vertrouwen. Het lijkt de eenvoudige oplossing: kies een fonds met dit label en u investeert gegarandeerd ‘groen’ en ‘ethisch’.
Deze aanname is echter een gevaarlijke versimpeling. Het label belooft geen ecologische zuiverheid, maar de naleving van een specifieke set regels en uitsluitingen. Als een auditor die de kleine lettertjes van een prospectus leest, moeten we verder kijken dan het logo. De cruciale vraag is niet óf het label nuttig is, maar wát het exact meet en, belangrijker nog, wat het tolereert. De aanwezigheid van energiereuzen of bedrijven uit de wapenindustrie in gelabelde fondsen is geen fout in het systeem, maar een direct gevolg van de methodologie die ‘engagement’ vaak verkiest boven strikte ‘uitsluiting’.
Dit artikel is geen oordeel, maar een audit. We gaan het ‘Towards Sustainability’ label ontleden, de criteria vergelijken met strengere alternatieven en u de concrete tools aanreiken om zelf de portefeuille van uw fonds te doorgronden. Want de enige echte garantie op duurzaamheid is een geïnformeerde belegger die begrijpt waar zijn geld precies naartoe gaat.
Om u te helpen navigeren door de complexiteit van duurzaamheidsclaims, biedt dit artikel een gestructureerde analyse. We onderzoeken de fundamenten van het label, de controverses en de praktische stappen die u als belegger kunt nemen.
Inhoudsopgave: De audit van het ‘Towards Sustainability’ label
- Aan welke minimale eisen moet een fonds voldoen om het Belgische label te krijgen?
- Waarom vindt u soms toch nog energiereuzen in fondsen met een duurzaam label?
- Is het Belgische label strenger dan de Europese Ecolabel voor financiële producten?
- Waar vindt u het volledige overzicht van alle aandelen in uw fonds?
- Worden de regels strenger nu ‘greenwashing’ meer aandacht krijgt?
- Wat betekent de nieuwe EU-wetgeving voor het design van uw consumentenproducten?
- Hoe herkent u duurzame pellets en vermijdt u hout uit illegale boskap?
- Kunt u de wereld verbeteren én een goed rendement halen met uw spaargeld?
Aan welke minimale eisen moet een fonds voldoen om het Belgische label te krijgen?
Om het ‘Towards Sustainability’ label te verkrijgen, moet een financieel product aan een dubbele reeks eisen voldoen. Ten eerste zijn er strikte uitsluitingscriteria. Dit betekent dat fondsen niet mogen investeren in zeer controversiële praktijken zoals de productie van antipersoonsmijnen, clusterbommen of chemische en biologische wapens. Ook bedrijven die niet voldoen aan de principes van het Global Compact van de Verenigde Naties worden geweerd. Deze basisvereisten vormen de absolute ondergrens van het label.
Ten tweede moet het fonds een duidelijke en transparante ESG-strategie hanteren. ESG staat voor Environmental (milieu), Social (maatschappij) en Governance (goed bestuur). Het fonds moet bewijzen dat het deze factoren actief integreert in zijn beleggingsbeslissingen. Dit kan via een ‘best-in-class’ benadering (enkel investeren in de best presterende bedrijven van een sector) of door thematisch te investeren in bijvoorbeeld hernieuwbare energie. De reikwijdte van het label is aanzienlijk; het omvat meer dan 780+ producten, die samen een beheerd vermogen van bijna 500 miljard EUR vertegenwoordigen.
Het is cruciaal om te begrijpen dat het label geen statisch gegeven is. De criteria worden periodiek herzien om relevant te blijven. Zoals het Central Labelling Agency (CLA), de onafhankelijke instantie achter het label, zelf stelt:
The criteria are regularly reviewed and tightened in order to keep in line with evolving societal needs, investor expectations, scientific insights.
– Central Labelling Agency, Towards Sustainability Quality Standard revision 2023
Deze herzieningen zijn essentieel om de lat hoger te leggen en de geloofwaardigheid van de standaard te bewaren in een snel veranderende wereld. De lat ligt dus niet vast, maar evolueert mee met de maatschappelijke verwachtingen.
Waarom vindt u soms toch nog energiereuzen in fondsen met een duurzaam label?
De meest prangende vraag voor veel beleggers is de aanwezigheid van bedrijven uit de fossiele-energiesector in een ‘duurzaam’ fonds. Dit is geen fout, maar een bewuste keuze van de labelmethodologie, gebaseerd op twee kernprincipes: tolerantiedrempels en de strategie van engagement. Het label hanteert geen nultolerantie. In plaats daarvan stelt het limieten. Een scherpe analyse van de non-profitorganisatie FairFin onthulde dat volgens de regels bedrijven die tot 50% van hun energie uit steenkool halen nog steeds in aanmerking kunnen komen voor opname in een gelabeld fonds.
Deze ogenschijnlijke tegenstrijdigheid wordt verklaard door de filosofie van ‘engagement’ boven ‘uitsluiting’. De redenering is dat het meer impact heeft om als aandeelhouder druk uit te oefenen op een energiereus om te vergroenen, dan om het bedrijf simpelweg te verkopen en elke invloed te verliezen. De fondsbeheerder engageert zich om in dialoog te gaan met het management en te stemmen op aandeelhoudersvergaderingen om een duurzamere koers af te dwingen.

Deze aanpak leidt tot een spagaat die voor de buitenwereld moeilijk te vatten is. Zoals FairFin het verwoordt, zullen “veel mensen moeilijk kunnen begrijpen dat zogezegd duurzame producten toch in onduurzame activiteiten betrokken kunnen zijn”. Het is een strategie voor de lange termijn, waarvan de resultaten niet onmiddellijk zichtbaar zijn. Voor een belegger die een onmiddellijke en ‘zuivere’ impact wil, kan deze aanpak frustrerend zijn en aanvoelen als een compromis te veel.
Is het Belgische label strenger dan de Europese Ecolabel voor financiële producten?
Nee, het ‘Towards Sustainability’ label is op een aantal cruciale vlakken minder streng dan het concurrerende Europese Ecolabel voor financiële producten. Hoewel het Belgische label een brede marktstandaard wil zijn, legt de EU Ecolabel de lat bewust hoger, gericht op de ‘donkergroene’ top van de markt. Een directe vergelijking van de criteria maakt dit verschil pijnlijk duidelijk.
De onderstaande tabel, gebaseerd op de officiële kwaliteitsstandaarden, zet de belangrijkste verschillen op een rij. Vooral op het vlak van fossiele brandstoffen is het contrast groot: waar het Belgische label nog een zekere blootstelling toelaat, eist het EU Ecolabel een quasi volledige uitsluiting.
| Criterium | Towards Sustainability (België) | EU Ecolabel |
|---|---|---|
| Fossiele brandstoffen | Uitsluiting steenkool >1% omzet; olie >10%; gas >50%. Drempels voor onconventionele winning. | Volledige uitsluiting van bedrijven met enige omzet uit exploratie, winning of raffinage. |
| Kernenergie | Geen specifieke uitsluiting, valt onder ESG-analyse. | Strikte limieten en enkel onder voorwaarden van de EU Taxonomie. |
| Wapenindustrie | Uitsluiting controversiële wapens; tot 5% omzet uit conventionele wapens toegestaan. | Volledige uitsluiting van bedrijven betrokken bij productie of verkoop van wapens. |
| Herziening criteria | Elke 2 jaar door het CLA. | Continue afstemming op de evoluerende EU Taxonomie. |
Deze vergelijking toont aan dat ‘duurzaam’ een spectrum is, geen absolute staat. Het Belgische label is een toegankelijke standaard die een groot deel van de markt dekt, terwijl het EU Ecolabel een nicheproduct is voor beleggers die geen enkel compromis willen sluiten op vlak van fossiele brandstoffen en wapens. Voor een auditor is de conclusie helder: het label is een relatieve maatstaf. De ‘strengheid’ hangt volledig af van het referentiekader dat u hanteert.
Waar vindt u het volledige overzicht van alle aandelen in uw fonds?
Transparantie is de hoeksteen van een geïnformeerde beleggingsbeslissing. Een label is een startpunt, maar de ware test is de analyse van de onderliggende portefeuille. Gelukkig zijn fondsbeheerders wettelijk verplicht om een hoge mate van transparantie te bieden. De informatie is beschikbaar, maar u moet weten waar u moet zoeken. Een ‘portefeuille-autopsie’ uitvoeren vraagt enkele gerichte stappen.

De top 10 posities van een fonds zijn vaak makkelijk te vinden in commerciële documentatie, maar deze vertegenwoordigen slechts een fractie van het totaal. Voor een volledig beeld moet u dieper graven in de officiële publicaties. De volgende checklist gidst u door het proces, van een algemeen overzicht tot de meest gedetailleerde holdings.
Uw stappenplan voor een volledige fondsanalyse
- Startpunt Labelwebsite: Bezoek de officiële website `towardssustainability.be`. Gebruik de zoekfunctie om uw specifieke fonds te vinden via de naam of de unieke ‘Sustainability ID’. Dit geeft u de zekerheid dat het label authentiek is.
- Eerste analyse via aggregators: Gebruik onafhankelijke platformen zoals Morningstar.be. Voer de ISIN-code van uw fonds in. Hier vindt u gedetailleerde informatie over de portefeuille, inclusief sectorallocatie en de top 25 posities.
- Essentiële Informatie (EID/KID): Download het Essentiële-informatiedocument (Key Information Document). Dit gestandaardiseerde document van maximaal drie pagina’s geeft een overzicht van de doelstellingen, risico’s en de belangrijkste beleggingen.
- Het Prospectus: Voor de meest gedetailleerde informatie raadpleegt u het prospectus van het fonds. Dit juridische document beschrijft de volledige beleggingsstrategie, de beperkingen en de toegestane activa.
- De Heilige Graal: het Jaarverslag: Voor de meest complete en recente lijst van *alle* individuele aandelen en obligaties in het fonds, moet u het meest recente (half)jaarlijkse verslag downloaden. Dit vindt u op de website van de vermogensbeheerder.
Dit proces vergt enige inspanning, maar het is de enige manier om van een passieve label-volger te evolueren naar een actieve, kritische belegger die precies weet waar zijn geld aan het werk is.
Worden de regels strenger nu ‘greenwashing’ meer aandacht krijgt?
Ja, de regels worden ontegensprekelijk strenger. Zowel de publieke opinie als de Europese regelgevers voeren de druk op om ‘greenwashing’ – het zich groener voordoen dan men is – een halt toe te roepen. Het ‘Towards Sustainability’ label ontsnapt niet aan deze trend. De laatste herziening van de kwaliteitsstandaard, die begin 2023 werd aangekondigd na consultatie van meer dan 50 stakeholders, is hier een direct gevolg van. Het CLA stelde expliciet dat de herziening “de ambitie van het label verhoogt met betrekking tot de energiesector, de uitoefening van stemrechten en de minimale impact van ESG-strategieën”.
De belangrijkste motor achter deze verstrenging is de Europese Unie met haar ‘Sustainable Finance Disclosure Regulation’ (SFDR). Deze wetgeving creëert een gemeenschappelijke taal voor duurzaamheid en dwingt financiële instellingen kleur te bekennen. De SFDR is geen label, maar een transparantiekader dat producten classificeert.
Studie: De impact van SFDR op de Belgische markt
De implementatie van de SFDR heeft de markt gedwongen tot meer duidelijkheid. Volgens ABN AMRO Private Banking maakt de nieuwe Europese regelgeving een strikt onderscheid tussen ESG-beleggingen (Artikel 8) en duurzame beleggingen met een meetbare impact (Artikel 9). Artikel 8-fondsen promoten ecologische of sociale kenmerken, terwijl Artikel 9-fondsen een expliciete duurzame doelstelling hebben. Deze classificatie helpt beleggers om het ambitieniveau van een product beter in te schatten en vermindert het risico op greenwashing aanzienlijk.
Deze Europese regelgeving fungeert als een vloedgolf die alle nationale initiatieven, inclusief het Belgische label, dwingt om hun eigen ambitieniveau op te krikken. De beweging is duidelijk: de vrijblijvendheid verdwijnt en maakt plaats voor harde, vergelijkbare en afdwingbare criteria. Voor de belegger-auditor is dit goed nieuws: de beschikbare data wordt betrouwbaarder en de claims van fondsen worden makkelijker te verifiëren.
Wat betekent de nieuwe EU-wetgeving voor het design van uw consumentenproducten?
Op het eerste gezicht lijkt het ‘design’ van een consumentenproduct, zoals een smartphone of wasmachine, ver af te staan van financiële labels. Toch is de onderliggende filosofie van de recente EU-wetgeving, zoals de ‘Ecodesign for Sustainable Products Regulation’, een perfecte analogie voor de evolutie in de financiële wereld. Waar een productontwerper nu moet nadenken over repareerbaarheid, circulariteit en de ecologische voetafdruk van zijn creatie, wordt een fondsmanager gedwongen tot een gelijkaardige oefening voor zijn financieel product.
De ‘Sustainable Finance Disclosure Regulation’ (SFDR) is in essentie de ‘Ecodesign’-richtlijn voor de financiële sector. Het dwingt een vermogensbeheerder om bij het ‘ontwerpen’ van een nieuw fonds van meet af aan transparant te zijn over de duurzaamheidsambities. Is het een ‘Artikel 8’-product dat duurzaamheid promoot, of een ‘Artikel 9’-product dat het als expliciet doel heeft? Dit ‘design by default’ principe maakt het voor de belegger veel eenvoudiger om producten te vergelijken. Het dwingt de industrie om duurzaamheid niet als een marketing-add-on te zien, maar als een integraal onderdeel van de productarchitectuur.
Deze mentaliteitswijziging sijpelt door naar de bedrijven waarin wordt geïnvesteerd. Een groeiend aantal Belgische ondernemingen integreert duurzaamheid in hun kernstrategie. Volgens een studie van KPMG rapporteert 88% van de Belgische topbedrijven over duurzaamheid, een duidelijke indicatie dat ESG-criteria geen randfenomeen meer zijn. Het ‘design’ van een bedrijf zelf wordt geëvalueerd op zijn toekomstbestendigheid, wat de taak van de fondsbeheerder-auditor vergemakkelijkt.
Hoe herkent u duurzame pellets en vermijdt u hout uit illegale boskap?
De uitdaging om de herkomst van houtpellets te traceren en te garanderen dat ze niet afkomstig zijn van illegale kap, biedt een krachtige metafoor voor het werk van een duurzame fondsbeheerder. Net zoals een consument wil weten of zijn pelletkachel brandt op duurzaam beheerd bos, wil een belegger weten of zijn geld geen controversiële activiteiten financiert. In beide gevallen is de kern van het probleem de complexiteit en ondoorzichtigheid van de toeleveringsketen (‘supply chain’).
Voor een pelletproducent betekent dit het auditeren van elke leverancier, van het bos tot de fabriek. Voor een fondsbeheerder is de keten nog veel complexer: een fonds kan investeren in honderden, zo niet duizenden bedrijven wereldwijd. Elk van die bedrijven heeft zijn eigen leveranciers, klanten en dochterondernemingen. Hoe garandeer je dat geen enkele schakel in dit immense, wereldwijde netwerk betrokken is bij mensenrechtenschendingen, corruptie of ernstige milieuvervuiling? Een 100% garantie is een illusie.
Dit is waar labels zoals ‘Towards Sustainability’ een rol spelen. Ze garanderen geen perfecte keten, maar ze eisen dat de fondsbeheerder een robuust due diligence-proces implementeert. De fondsbeheerder moet aantonen dat hij systematisch de ESG-risico’s van zijn investeringen analyseert, screent op controverses en een beleid heeft om hiermee om te gaan. Het label is dus eerder een audit van het controleproces dan een audit van elke individuele investering. Het certificeert de intentie en de methodologie, niet het vlekkeloze eindresultaat. Dit is een cruciale nuance voor de belegger die absolute zekerheid zoekt.
De kernpunten om te onthouden
- Het ‘Towards Sustainability’ label is een minimumnorm met tolerantiedrempels, geen 100% duurzaamheidsgarantie.
- De aanwezigheid van bedrijven uit de fossiele sector wordt verklaard door de strategie van ‘engagement’ die verkozen wordt boven strikte uitsluiting.
- De enige manier om zekerheid te krijgen is door zelf de portefeuille van een fonds te auditeren via het jaarverslag en onafhankelijke platformen.
Kunt u de wereld verbeteren én een goed rendement halen met uw spaargeld?
De ultieme vraag voor elke belegger blijft: is het mogelijk om financieel rendement te combineren met een positieve maatschappelijke impact? Het antwoord is ja, maar het vereist een verschuiving in perspectief. Het idee dat duurzaamheid ten koste gaat van rendement is achterhaald. Sterker nog, een groeiende consensus stelt dat het negeren van duurzaamheidsrisico’s op termijn juist een financieel risico vormt.
Zoals ABN AMRO Private Banking het formuleert, gaat het niet enkel om ethiek, maar ook om vooruitziendheid: “Bij ESG- en duurzame beleggingen brengen we parameters in kaart die aantonen hoe een bedrijf gepositioneerd is met zicht op de toekomst”. Een bedrijf dat investeert in energie-efficiëntie, goed zorgt voor zijn personeel en een transparant bestuur heeft, is vaak beter gewapend tegen de uitdagingen van morgen, van klimaatregulering tot de strijd om talent.
De sleutel ligt echter in de persoonlijke definitie van ‘de wereld verbeteren’. Het ‘Towards Sustainability’ label biedt een breed, marktconform kader. Voor sommige beleggers zal dit volstaan. Voor anderen, die bijvoorbeeld een nultolerantie hebben voor fossiele brandstoffen, zal dit kader te laks zijn. De rol van de belegger-auditor is dan om zijn eigen, niet-onderhandelbare ethische criteria te definiëren. Pas dan kan hij labels en fondsen correct evalueren en nagaan of er een ‘ethical alignment’ is.
De weg naar een duurzame portefeuille is geen passieve aankoop van een gelabeld product. Het is een actief proces van zelfreflectie, onderzoek en kritische analyse. De labels en de toenemende transparantie zijn waardevolle instrumenten, maar de uiteindelijke beslissing en verantwoordelijkheid liggen bij de geïnformeerde belegger zelf.
De eerste stap naar een beleggingsportefeuille die echt bij u past, is niet het zoeken naar het ‘beste’ label, maar het definiëren van uw eigen ethische ondergrenzen. Begin vandaag met het opstellen van uw persoonlijke duurzaamheidshandvest als leidraad voor uw toekomstige financiële beslissingen.