maart 15, 2024

De sleutel tot een succesvolle ETF-portefeuille in België is niet de laagste beheerkost (TER), maar het strategisch omzeilen van fiscale valkuilen zoals de 1,32% beurstaks.

  • Kies systematisch voor kapitaliserende (accumulerende) ETF’s om de 30% roerende voorheffing op dividenden volledig te vermijden.
  • Controleer de registratiestatus van een ETF bij de FSMA; een niet-geregistreerde ETF heeft een beurstaks van slechts 0,12% in plaats van 1,32%.

Aanbeveling: Kies voor één wereldwijde ETF (zoals VWCE of IWDA) en verifieer de registratiestatus en de correcte beurstaks vóór aankoop om fiscale frictie te minimaliseren en uw rendement op lange termijn te maximaliseren.

De droom van elke doe-het-zelf belegger in België is helder: een gediversifieerde, wereldwijde portefeuille opbouwen met minimale kosten, die de dure fondsen van de bank moeiteloos verslaat. Passief beleggen via ETF’s (Exchange Traded Funds) lijkt de gouden standaard. Het advies dat u overal hoort is dan ook eenvoudig: koop een wereldwijde tracker zoals VWCE of IWDA, wees geduldig en laat de magie van samengestelde interest zijn werk doen. Dit is goed advies, maar het is gevaarlijk onvolledig.

Wat de meeste generieke gidsen u namelijk niet vertellen, is dat de Belgische fiscus een stille partner is in uw beleggingsreis. Een partner die, als u niet oplet, ongemerkt een flink deel van uw rendement afromt via een complex labyrint van regels. De lage beheerskosten (TER) van uw ETF kunnen een illusie worden als u in de val trapt van een onnodig hoge beurstaks of dividendbelasting. De ware kunst van passief beleggen in België ligt niet enkel in het kiezen van de ‘juiste’ ETF, maar in het beheersen van de fiscale spelregels.

Maar wat als de sleutel niet ligt in het eindeloos vergelijken van TER’s, maar in het strategisch navigeren van de Belgische fiscaliteit? Dit is geen gids over welke ETF de ‘beste’ is. Dit is een tactisch plan om de meest voorkomende en kostbare fiscale fouten te vermijden die Belgische beleggers maken. We gaan de verborgen kosten blootleggen, van de beurstaks tot de roerende voorheffing, en u de concrete tools geven om uw portefeuille fiscaal te optimaliseren. U leert niet alleen wat u moet kopen, maar vooral hoe u het moet kopen om uw zuurverdiende rendement te beschermen.

In de volgende secties ontleden we stap voor stap de fiscale en administratieve hindernissen voor Belgische ETF-beleggers en bieden we concrete oplossingen om een echt kostenefficiënte portefeuille op te bouwen.

Sommaire: Hoe bouwt u een wereldwijde portefeuille met lage kosten en minimale beurstaks (TOB)?

Waarom betaalt u voor sommige ETF’s 0,12% en voor andere 1,32% taks?

Een van de meest verraderlijke kosten voor Belgische ETF-beleggers is de taks op beursverrichtingen (TOB), beter bekend als de beurstaks. Deze belasting is niet afhankelijk van uw broker, maar van de ETF zelf. Het verschil is gigantisch: u betaalt ofwel 0,12% ofwel 1,32% bij elke aan- en verkoop. Dit betekent een beurstaks die tot 11 keer hoger kan liggen, een aanzienlijke hap uit uw kapitaal die het principe van ‘lage kosten’ ondermijnt. Maar waar komt dit verschil vandaan?

De regel is eenvoudig maar obscuur: als een fonds (of een van zijn compartimenten) geregistreerd is in België bij de FSMA, betaalt u 1,32% TOB op de kapitaliserende variant. Is het fonds niet geregistreerd in België, dan bedraagt de TOB slechts 0,12%. Dit is wat we de ‘geregistreerde valstrik’ noemen. Veel populaire ETF’s, zoals de wereldwijde tracker VWCE (Vanguard FTSE All-World), zijn in België geregistreerd, wat automatisch de hoge taks van 1,32% activeert. Andere, zoals IWDA (iShares Core MSCI World), zijn dat niet en genieten dus van het lage tarief van 0,12%.

Deze fiscale frictie kan op lange termijn een aanzienlijk deel van uw rendement wegvreten, zeker als u periodiek belegt. Het is dus cruciaal om vóór elke aankoop de registratiestatus van een ETF te controleren. Dit is helaas geen eenvoudig proces, omdat de FSMA geen handige zoekfunctie met ISIN-codes aanbiedt. U moet manueel door Excel-lijsten spitten en informatie kruisvergelijken op de website van de fondsaanbieder. Gelukkig kunt u met een gestructureerd stappenplan de nodige zekerheid krijgen.

Uw plan van aanpak: De registratiestatus van een ETF controleren

  1. Download de FSMA-lijst: Haal de officiële Excel-lijst op van de FSMA-website met alle in België geregistreerde fondsen. Let op: deze lijst bevat geen ISIN-codes.
  2. Controleer de aanbieder: Ga naar de website van de ETF-aanbieder (bv. iShares, Vanguard) en zoek de sectie over de landen waar het fonds geregistreerd is.
  3. Vergelijk de gegevens: Confronteer de exacte naam van het fonds en de uitgevende vennootschap op de FSMA-lijst met de informatie van de aanbieder.
  4. Let op compartimenten: Wees uiterst voorzichtig. Als slechts één compartiment (bv. een distribuerende versie) van een fonds geregistreerd is, geldt de 1,32% taks voor alle kapitaliserende versies van datzelfde fonds.
  5. Gebruik een hulpmiddel: Websites zoals justETF.com bieden vaak een dubbele verificatie van de registratiestatus onder de fondsdetails, wat u tijd kan besparen.

Waarom kiezen Belgen best voor kapitaliserende ETF’s om roerende voorheffing te vermijden?

Naast de beurstaks is er een tweede belangrijke fiscale horde voor Belgische beleggers: de roerende voorheffing (RV) op dividenden. ETF’s komen in twee smaken: distribuerend (uitkerend) en kapitaliserend (accumulerend). Een distribuerende ETF keert de dividenden van de onderliggende aandelen periodiek uit op uw rekening. Een kapitaliserende ETF herinvesteert deze dividenden automatisch binnen het fonds, waardoor de waarde van uw deelbewijs stijgt.

Voor een Belgische belegger is de keuze tussen deze twee glashelder. Op elke euro dividend die u ontvangt, betaalt u 30% belasting in de vorm van roerende voorheffing. Dit is een direct en onvermijdelijk fiscaal lek in uw rendement. Kapitaliserende ETF’s bieden hier een elegante oplossing. Omdat de dividenden intern worden herbelegd en nooit op uw rekening verschijnen, wordt de roerende voorheffing niet geactiveerd. Bovendien profiteert u optimaal van het effect van samengestelde interest, aangezien ook de herbelegde dividenden op hun beurt weer rendement genereren.

Praktijkvoorbeeld: Kapitaliserend versus Distribuerend

Easyvest toont in een analyse aan dat kapitaliserende ETF’s structureel fiscaal voordeliger zijn voor Belgische beleggers. De meerwaarde die u boekt op een kapitaliserende ETF is (voorlopig) onbelast in België, terwijl dividenden van een distribuerende ETF systematisch onderhevig zijn aan 30% RV. Dit voordeel, gecombineerd met het krachtige samengestelde rente-effect van automatische herinvestering, maakt kapitaliserende fondsen de superieure keuze voor elke Belgische langetermijnbelegger die zijn vermogen efficiënt wil laten groeien.

De strategie is dus eenvoudig: als Belgische belegger kiest u altijd voor de kapitaliserende versie van een ETF, aangeduid met “Acc” (Accumulating) in de naam of op het factsheet. Dit elimineert de dividendbelasting volledig en maximaliseert de groei van uw portefeuille op de lange termijn.

Vergelijking tussen twee investeringsstrategieën met munten en grafieken

Deze visualisatie toont het verschil helder: de opstapelende munten symboliseren de ononderbroken groei bij een kapitaliserende ETF, terwijl de weglekkende munten het verlies door dividendbelasting bij een distribuerende variant illustreren.

Is een buitenlandse broker zoals DEGIRO fiscaal complexer dan Bolero of Saxo?

De keuze van uw broker heeft een aanzienlijke impact op zowel de kosten als de administratieve lasten. Belgische brokers zoals Bolero (KBC) en Saxo Bank zijn gekend voor hun gebruiksgemak: de beurstaks (TOB) en roerende voorheffing (RV) worden automatisch ingehouden en doorgestort. U hoeft niets te doen. Buitenlandse brokers, met DEGIRO als populairste voorbeeld, lokken beleggers met lagere transactiekosten, maar brengen bijkomende administratieve horden met zich mee.

De complexiteit is reëel, maar beheersbaar voor een doe-het-zelf belegger. Het belangrijkste verschil is dat u zelf verantwoordelijk wordt voor bepaalde fiscale aangiftes. Een buitenlandse rekening moet u eenmalig aangeven bij het Centraal Aanspreekpunt (CAP) van de Nationale Bank van België (NBB). Daarnaast moet u jaarlijks op uw belastingaangifte (Tax-on-web) aanvinken dat u een buitenlandse rekening bezit. Sinds 2021 houdt DEGIRO de Belgische beurstaks wel automatisch in, wat een groot deel van de complexiteit wegneemt. De roerende voorheffing op dividenden moet u echter nog steeds zelf aangeven. Maar zoals we al zagen, lost u dit op door enkel kapitaliserende ETF’s te kopen.

De keuze tussen een Belgische en buitenlandse broker is dus een afweging tussen gemak en kosten. De onderstaande tabel vat de belangrijkste verschillen in administratieve verplichtingen samen.

Administratieve verplichtingen: DEGIRO vs Belgische brokers
Aspect DEGIRO Belgische Broker (Bolero/Saxo)
Aangifte NBB Verplicht (eenmalig) Niet nodig
Jaarlijkse aangifte Tax-on-web Vak 1075 aanvinken Automatisch gemeld
Beurstaks (TOB) Automatisch ingehouden Automatisch ingehouden
Roerende voorheffing Zelf berekenen/aangeven Automatisch afgehouden
Aantal rekeningen aan te geven 2 (DEGIRO + Flatex) 0

Voor een gedisciplineerde belegger is de extra administratie voor een broker als DEGIRO een kleine, eenmalige moeite (de NBB-aangifte) en een jaarlijks vinkje. De lagere transactiekosten kunnen op termijn aanzienlijk doorwegen, zeker bij periodieke beleggingen. Het is een afweging die elke belegger voor zichzelf moet maken.

Hoe kiest u één ETF die de hele wereldeconomie dekt (zoals VWCE of IWDA)?

Voor de passieve belegger die maximale diversificatie met minimale complexiteit zoekt, is een enkele wereldwijde aandelen-ETF de heilige graal. Twee namen domineren dit debat: VWCE (Vanguard FTSE All-World) en de combinatie IWDA + EMIM (iShares Core MSCI World + iShares MSCI Emerging Markets). Beide strategieën hebben als doel de wereldwijde aandelenmarkt te volgen, maar ze doen dit op een licht verschillende manier, met belangrijke fiscale en praktische gevolgen voor Belgische beleggers.

VWCE is de eenvoud zelve: één ETF die investeert in ongeveer 3.700 aandelen uit zowel ontwikkelde als opkomende markten. U koopt maandelijks één tracker en u bent klaar. De combinatie IWDA + EMIM vereist dat u twee aparte ETF’s koopt. IWDA dekt enkel de ontwikkelde markten (~1.500 aandelen), terwijl EMIM zich richt op de opkomende markten (~3.000 aandelen). Omdat opkomende markten ongeveer 11% van de wereldwijde aandelenmarkt vertegenwoordigen, moet u een verhouding van ongeveer 88% IWDA en 12% EMIM aanhouden en dit periodiek herbalanceren.

De complexiteit van de twee-ETF-strategie wordt echter beloond met lagere kosten. Zowel IWDA als EMIM zijn niet geregistreerd in België en genieten dus van de lage beurstaks van 0,12%. VWCE is wél geregistreerd, wat resulteert in de hoge taks van 1,32%. Deze “fiscale frictie” bij VWCE kan op lange termijn de iets hogere complexiteit en transactiekosten van de IWDA+EMIM-combinatie tenietdoen. De keuze is dus strategisch: ultiem gemak (VWCE) versus fiscale optimalisatie (IWDA+EMIM).

VWCE vs IWDA + EMIM (88/12) voor Belgische beleggers
Criterium VWCE IWDA + EMIM (88/12)
Aantal aandelen ~3.700 ~1.500 + 3.000
TER (jaarlijkse kosten) 0,22% 0,20% gewogen
TOB (beurstaks) 1,32% 0,12% voor beide
Transactiekosten 1x per maand 2x per maand
Herbalanceren Automatisch Manueel nodig
Complexiteit Zeer eenvoudig Iets complexer

Wat is het tegenpartijrisico en waarom verkiezen de meeste beleggers fysieke replicatie?

Wanneer u een ETF kiest, is het niet alleen belangrijk om naar de index en de kosten te kijken, maar ook naar de replicatiemethode. Dit beschrijft hoe de ETF de prestaties van de onderliggende index volgt. Er zijn hoofdzakelijk twee methoden: fysieke replicatie en synthetische replicatie. Het verschil tussen beide is cruciaal voor het begrijpen van een verborgen risico: het tegenpartijrisico.

Een fysieke ETF koopt daadwerkelijk de aandelen (of een representatieve selectie ervan) die in de index zitten. Als u een fysieke MSCI World ETF koopt, bezit het fonds effectief aandelen van Apple, Microsoft, enzovoort. Een synthetische ETF daarentegen bezit de aandelen niet rechtstreeks. In plaats daarvan sluit het een contract (een ‘swap’) af met een financiële tegenpartij, meestal een grote bank. Deze tegenpartij belooft het rendement van de index te leveren in ruil voor het rendement van een mandje activa dat de ETF-beheerder aanhoudt. Het risico hier is duidelijk: wat als de tegenpartij failliet gaat en zijn verplichtingen niet kan nakomen? Dit is het tegenpartijrisico.

Hoewel dit risico beperkt wordt door Europese UCITS-reglementering (die onder andere vereist dat de blootstelling aan één tegenpartij maximaal 10% van de fondsvermogen mag zijn), verkiezen de meeste particuliere beleggers de eenvoud en transparantie van fysieke replicatie. Het elimineert een laag van complexiteit en een potentieel, zij het klein, risico. Zoals het Curvo Research Team het verwoordt:

Physical replication is preferred over synthetic replication to reduce risk coming from a third party

– Curvo Research Team, Best ETFs for Belgians 2026

Gelukkig gebruiken de meeste populaire brede markt-ETF’s zoals IWDA en VWCE een fysieke replicatiemethode. U kunt deze informatie altijd verifiëren in de documentatie van het fonds. Om de replicatiemethode van een ETF te vinden, kunt u de volgende stappen ondernemen:

  • Controleer het KIID (Key Investor Information Document) op de website van de aanbieder.
  • Zoek op justETF.com onder de fondsdetails naar ‘Replication method’.
  • Raadpleeg het factsheet van de ETF voor een vermelding van ‘Physical’ of ‘Synthetic’.

De kleine lettertjes in SaaS-contracten die uw maandprijs na een jaar verdubbelen

De wereld van ETF-beleggen heeft een verrassende parallel met de wereld van softwareabonnementen (SaaS): de geadverteerde prijs is zelden de volledige kostprijs. Net zoals een SaaS-contract lokt met een lage introductieprijs die na een jaar verdubbelt, zit de ware kost van een ETF vaak verborgen in de kleine lettertjes, ver voorbij de zichtbare Total Expense Ratio (TER).

De TER is de ‘stickerprijs’ van de ETF, de jaarlijkse beheerskost die het meest prominent wordt gecommuniceerd. Maar een slimme belegger weet dat dit slechts het topje van de ijsberg is. De totale eigendomskost wordt beïnvloed door meerdere, minder zichtbare factoren. Dit fenomeen wordt perfect geïllustreerd door de zogenaamde ‘verborgen kosten’ in de ETF-wereld.

Praktijkvoorbeeld: Verborgen kosten voorbij de TER

Net zoals bij SaaS-contracten met ‘introductieprijzen’, gebruiken brokers vaak promoties die niet voor iedereen gelden. De kernselectie van DEGIRO, bijvoorbeeld, adverteert met transactiekosten van slechts €1. Maar dit geldt enkel voor aankopen op specifieke beurzen. Koopt u VWCE op XETRA in plaats van de correcte beurs, dan betaalt u plots €3. De TER is slechts het begin. Factoren zoals tracking difference (het verschil tussen het rendement van de ETF en de index), spreads (het verschil tussen koop- en verkoopprijs) en dividendlekkage (belastingen op dividenden die niet volledig gerecupereerd kunnen worden) kunnen jaarlijks een extra 0,20% tot 0,30% aan kosten toevoegen. Dit is de ETF-equivalent van de ‘onverwachte prijsverhoging’ na het eerste jaar.

IJsberg visualisatie van zichtbare en verborgen ETF-kosten

Deze metafoor van de kosten-ijsberg is essentieel. De TER is wat u ziet boven het water, maar de TOB, transactiekosten, spreads en tracking difference vormen de grote, onzichtbare massa eronder die uw rendement kan kelderen. Een succesvolle DIY-belegger leert om door de marketing heen te kijken en de volledige kostprijs van een investering te berekenen.

Kernpunten om te onthouden

  • De Belgische beurstaks (TOB) is een cruciale verborgen kost: controleer of een ETF in België geregistreerd is om de 1,32% valstrik te vermijden en voor de 0,12% te gaan.
  • Kies als Belgische belegger altijd voor kapitaliserende (accumulerende) ETF’s om de 30% roerende voorheffing op dividenden volledig en legaal te omzeilen.
  • De totale kost van een ETF is veel meer dan de TER. Houd rekening met de TOB, transactiekosten, spreads en tracking difference voor een correct beeld van de ‘kosten-ijsberg’.

Hoe vergelijkt u een netto staatsbon met een bruto spaarrekening correct?

In de zoektocht naar rendement worden vaak appels met peren vergeleken, zeker wanneer het gaat om vastrentende producten zoals de staatsbon en de spaarrekening. De staatsbon communiceert een netto rendement, terwijl spaarrekeningen en termijnrekeningen een bruto rendement adverteren. Een correcte vergelijking is essentieel om de juiste keuze te maken voor het risicovrije deel van uw vermogen.

Het geadverteerde rendement van een spaarrekening is bruto. Van de interest die u ontvangt boven de fiscaal vrijgestelde drempel (momenteel €1.020 per persoon per jaar voor inkomstenjaar 2024), wordt 15% roerende voorheffing ingehouden. Voor termijnrekeningen is het nog strenger: daar wordt op de volledige interestopbrengst 30% roerende voorheffing afgehouden. De staatsbon daarentegen, zeker de fiscaal voordelige uitgifte van september 2023 (15% RV) of de recentere uitgiftes (30% RV), wordt vaak met een netto rendement gecommuniceerd. Dit is het rendement dat u effectief in handen krijgt.

Om een correcte vergelijking te maken, moet u dus het bruto rendement van de spaar- of termijnrekening omzetten naar een netto rendement. Een termijnrekening van 3% bruto levert bijvoorbeeld maar 2,1% netto op (3% * 0,70). Dit netto rendement kunt u vervolgens vergelijken met het netto rendement van de staatsbon. Maar zelfs dan is de vergelijking niet compleet zonder rekening te houden met de inflatie. Een nettorendement van 2,24% weegt met moeite op tegen de inflatie, die volgens schattingen gemiddeld 2% per jaar bedraagt. Uw reële koopkracht stijgt dus nauwelijks.

Is de staatsbon nog interessant nu de banken hun termijnrekeningen hebben verhoogd?

Met de recente stijging van de rentes op termijnrekeningen stellen veel voorzichtige beleggers zich de vraag of de staatsbon nog een plaats verdient in hun portefeuille. Het antwoord is genuanceerd en hangt volledig af van de rol die u voor dit kapitaal voorziet. De staatsbon is geen concurrent voor een wereldwijde aandelen-ETF; het is een alternatief voor het risicovrije deel van uw vermogen.

De staatsbon biedt een door de staat gegarandeerd rendement voor kapitaal dat u op korte termijn (bv. binnen 1-3 jaar) nodig hebt en waar u absoluut geen risico mee wilt lopen. In die context kan het een zinvol instrument zijn. Het biedt zekerheid en voorspelbaarheid, twee eigenschappen die aandelen-ETF’s op korte termijn per definitie niet kunnen garanderen vanwege hun volatiliteit.

Context: De staatsbon in een gediversifieerde portefeuille

Voor het ‘risicovrije’ segment van een portefeuille kan een staatsbon nog steeds een rol spelen. Met een nettorendement van bijvoorbeeld 2,24% op 1 jaar (uitgifte mei 2024), biedt het absolute zekerheid voor kapitaal dat u binnenkort nodig heeft voor een grote aankoop. Dit kapitaal zou u nooit in een aandelen-ETF mogen steken. De staatsbon fungeert hier als een buffer in een bredere portefeuille die verder voornamelijk uit wereldwijde aandelen-ETF’s bestaat. De allocatie tussen deze twee componenten hangt volledig af van uw persoonlijke risicotolerantie en tijdshorizon.

Het is echter cruciaal om het rendement in perspectief te plaatsen. Zoals Test Aankoop scherp opmerkt, is het rendement vaak nauwelijks voldoende om de inflatie te compenseren.

Het nettorendement van 2,24% per jaar weegt met moeite op tegen de inflatie, die wordt geschat op gemiddeld 2% per jaar maar die drempel geregeld overschrijdt

– Test Aankoop, Analyse nieuwe staatsbons december 2025

De staatsbon is dus geen instrument voor vermogensgroei op lange termijn, maar een instrument voor kapitaalbehoud op korte termijn. Het is een veilige haven, geen groeimotor.

De volgende logische stap is niet wachten, maar uw gekozen strategie met discipline toepassen. Begin vandaag nog met het controleren van de beurstaks van uw favoriete ETF’s en maak een concreet plan om systematisch en kostenefficiënt te investeren voor de lange termijn. Uw toekomstige zelf zal u dankbaar zijn.

Jeroen De Smet, Senior Game Developer en Tech Lead met meer dan 15 jaar ervaring in de Belgische gaming-industrie en start-up scene. Hij is gespecialiseerd in Unity/Unreal development, XR-toepassingen en het begeleiden van technische teams binnen incubatoren zoals imec.istart.