mei 17, 2024

Meer pensioensparen leidt in België niet altijd tot een groter fiscaal voordeel, door een ‘fiscale val’ in het systeem.

  • Een bedrag storten tussen 990,01 euro en 1.188 euro levert netto minder belastingvermindering op dan 990 euro storten.
  • De eindbelasting op uw 60ste wordt berekend op een fictief rendement, los van uw werkelijke winst of verlies.

Aanbeveling: De sleutel tot maximaal voordeel is niet blindelings het hoogste bedrag storten, maar de contra-intuïtieve logica van de Belgische fiscaliteit begrijpen en strategisch toepassen.

Elk jaar opnieuw staan duizenden werkende Belgen voor hetzelfde dilemma: hoeveel zal ik dit jaar storten voor mijn pensioensparen? De keuze lijkt eenvoudig, gedestilleerd tot twee magische getallen: 990 euro voor een belastingvermindering van 30%, of het hogere plafond van 1.270 euro voor een vermindering van 25%. De meeste financiële raadgevers en online tools focussen op het berekenen van het omslagpunt, het bedrag waarbij de 25% voordeliger wordt dan de 30%.

Deze aanpak, hoewel wiskundig correct, gaat voorbij aan de essentie. Het Belgische systeem van pensioensparen is geen rechtlijnige rekensom. Het is een complex web van regels, uitzonderingen en timing die een oppervlakkige analyse bestraffen. Veel spaarders focussen op het onmiddellijke belastingvoordeel, zonder te beseffen dat de echte winst – of het echte verlies – schuilt in de details van de eindbelasting, het type contract (Tak 21, Tak 23) en de interactie met andere pensioenpijlers zoals het VAPZ of IPT.

Maar wat als de sleutel tot een echt geoptimaliseerd pensioen niet ligt in de keuze tussen 990 of 1.270 euro? Wat als de echte winst schuilt in het doorgronden van de vreemde, soms contra-intuïtieve logica van het systeem zelf? Het begrijpen van het ‘waarom’ achter het fictieve rendement, de ‘fiscale val’ en de timing van uw stortingen is de enige manier om van een passieve spaarder een actieve strateeg te worden voor uw eigen oude dag.

Dit artikel duikt dieper dan de standaardadviezen. We ontleden de mechanismen die uw netto eindkapitaal werkelijk beïnvloeden, zodat u een geïnformeerde beslissing kunt nemen die verder gaat dan de jaarlijkse keuze van een plafond.

Waarom wordt uw kapitaal belast op een fictief rendement van 4,75% en niet op de werkelijkheid?

Een van de meest verwarrende aspecten van het Belgisch pensioensparen is de eindbelasting. Op uw 60ste verjaardag (of op de 10e verjaardag van het contract indien later afgesloten) heft de fiscus een eenmalige belasting van 8%. De logica zou dicteren dat deze belasting wordt berekend op uw werkelijk opgebouwde kapitaal en rendement. De realiteit is echter fundamenteel anders, en dit is een cruciaal inzicht voor elke strategische spaarder.

Voor pensioenspaarfondsen (Tak 23-beleggingen) negeert de fiscus uw werkelijke prestaties volledig. Of uw fonds nu een spectaculair rendement van 10% per jaar heeft behaald of een teleurstellend verlies heeft geleden, de belasting wordt berekend op een wettelijk vastgelegd rendement fictif. Volgens de Belgische fiscale wetgeving wordt ervan uitgegaan dat uw gestorte kapitaal jaarlijks een rendement van minimaal 4,75% heeft opgebracht. De eindbelasting van 8% wordt dus berekend op het totaal van uw stortingen, gekapitaliseerd tegen dit fictieve percentage. Voor Tak 21-verzekeringen (met kapitaalsgarantie) geldt een andere regel: daar wordt de belasting geheven op het werkelijk opgebouwde kapitaal, inclusief de gegarandeerde interesten en eventuele winstdeelnames.

Deze dualiteit creëert een merkwaardige dynamiek. Als uw pensioenspaarfonds beter presteert dan 4,75% per jaar, bent u fiscaal in het voordeel: uw ‘extra’ rendement boven dit percentage wordt niet belast. Presteert uw fonds slechter, dan betaalt u belasting op een rendement dat u nooit heeft ontvangen. Dit systeem maakt de keuze voor een potentieel hoger renderend fonds (Tak 23) fiscaal aantrekkelijker op lange termijn, omdat de ‘upside’ onbelast is, terwijl de ‘downside’ van de belastingheffing niet meegroeit met de werkelijke prestaties.

Waarom is meer sparen (1270 euro) soms nadelig voor uw netto fiscaal voordeel?

Het klinkt volkomen contra-intuïtief: meer geld opzijzetten voor uw pensioen kan resulteren in een lager netto belastingvoordeel. Toch is dit precies wat er gebeurt in een specifieke zone van het Belgische pensioensparen, beter bekend als de ‘fiscale val’. Dit fenomeen ontstaat door het verschil in belastingvermindering tussen de twee plafonds: 30% voor stortingen tot 990 euro en 25% voor het hogere stelsel tot 1.270 euro.

De regel is dat zodra u ook maar één cent meer dan 990 euro stort, uw volledige gestorte bedrag in het 25%-stelsel valt. Dit leidt tot een paradoxaal resultaat. Stel, u stort het maximum van 990 euro. U geniet dan een belastingvermindering van 30%, wat neerkomt op 297 euro. Als u besluit iets meer te doen en 1.100 euro stort, valt u in het 25%-stelsel. Uw voordeel is dan 25% van 1.100 euro, ofwel 275 euro. U heeft 110 euro méér gespaard, maar ontvangt 22 euro minder belastingvermindering. Deze ‘val’ loopt tot een bedrag van 1.188 euro: pas vanaf dat bedrag levert de 25% vermindering een hoger nettovoordeel op dan de 297 euro van het 990-euro-plafond.

Studie: De pensioenval in de praktijk

Een analyse van AXA illustreert dit perfect. Bij een storting tussen 990,01 euro en 1.188 euro is de belastingvermindering lager dan de 297 euro die men ontvangt bij een storting van exact 990 euro. Zoals de berekeningen van AXA aantonen, geeft een storting van 1.100 euro een vermindering van 275 euro (25%), wat significant minder is dan de 297 euro (30% van 990). Dit benadrukt het belang van een bewuste keuze: ofwel stopt men bij 990 euro, ofwel zorgt men ervoor dat men minstens 1.188 euro stort om de val te vermijden.

Grafische voorstelling van belastingvoordeel bij verschillende pensioenspaarbedragen

Deze grafische voorstelling illustreert duidelijk de ‘vallei’ in belastingvoordeel die ontstaat tussen de twee plafonds. Het is een zone van negatieve optimalisatie die absoluut vermeden moet worden. De strategische keuze is dus binair: ofwel mikt u op het maximale voordeel binnen het 30%-stelsel (990 euro), ofwel engageert u zich om significant meer te storten (minstens 1.188 euro tot 1.270 euro) om een hoger absoluut voordeel te behalen in het 25%-stelsel. Elke euro gestort tussen deze twee ijkpunten is fiscaal nadelig.

Moet u kiezen voor kapitaalsgarantie of voor potentieel hoger rendement op de beurs?

De tweede fundamentele keuze bij pensioensparen, na het bedrag, is het type product: een Tak 21-verzekering of een Tak 23-fonds. Traditioneel wordt dit voorgesteld als een keuze tussen zekerheid en risico. Een Tak 21 biedt kapitaalsgarantie en een (vaak laag) gegarandeerd rendement, ideaal voor de risico-averse spaarder of wie dichter bij de pensioenleeftijd staat. Een Tak 23-fonds belegt in aandelen en/of obligaties, biedt geen kapitaalsgarantie maar wel het potentieel op een veel hoger rendement op lange termijn.

De realiteit is echter genuanceerder, zeker in het huidige economische klimaat. De zogenaamde ‘kapitaalsgarantie’ van Tak 21-producten verdient een kritische blik. Instapkosten en beheerskosten kunnen het rendement aanzienlijk uithollen. Wanneer het gegarandeerde rendement flirt met 0%, kunnen deze kosten zelfs leiden tot een negatief netto rendement. Het kapitaal is dan wel ‘gegarandeerd’, maar de koopkracht ervan neemt af. Een expertvisie kan hier verhelderend zijn.

Zoals Curvo Financial Research opmerkt in hun “Belgian Pension Saving Guide 2026”:

Even branch 21 investments do not necessarily protect the principal. Interest rates have fallen to almost 0%. If you add on the fees, the total return drops to below 0%.

– Curvo Financial Research, Belgian Pension Saving Guide 2026

Dit perspectief toont aan dat ‘zekerheid’ een relatief begrip is. Een veelgebruikte strategie is de ‘life cycle’-benadering. Op jongere leeftijd (bv. 25-45 jaar) wordt volop ingezet op Tak 23-fondsen om te profiteren van het samengestelde rendement van de beurs. Naarmate men ouder wordt (bv. 45-55 jaar), wordt een deel van de opgebouwde winst geleidelijk overgeheveld naar een veiliger Tak 21-product om het kapitaal te beschermen tegen een mogelijke beurscrash vlak voor de pensioenleeftijd. Dit vereist echter een actieve opvolging en een goed begrip van uw risicoprofiel en de marktomstandigheden.

Waarom is het slim om te blijven storten na uw 60ste verjaardag?

Een van de best bewaarde geheimen in de wereld van het Belgische pensioensparen is het aanzienlijke voordeel van doorgaan met storten nadat de eindbelasting is geheven. Veel spaarders denken dat het spel voorbij is op hun 60ste, wanneer de fiscus zijn deel van 8% opeist. Niets is echter minder waar. De jaren tussen uw 60ste en uw wettelijke pensioenleeftijd (momenteel 65, maar stijgend) bieden een unieke kans op een ‘zuiver’ fiscaal rendement.

Het mechanisme is eenvoudig maar krachtig. De eindbelasting is een eenmalige heffing. Zodra deze is betaald op het kapitaal dat u tot dan toe heeft opgebouwd, worden alle latere stortingen niet meer onderworpen aan deze heffing. U blijft echter wel jaarlijks genieten van de belastingvermindering van 30% (op 990 euro) of 25% (op 1.270 euro). Dit betekent dat u een onmiddellijk en gegarandeerd rendement op uw storting krijgt, rechtstreeks van de fiscus, zonder dat hierop later nog belasting verschuldigd is.

Een analyse van KBC bevestigt dit. Volgens hun experts leveren stortingen na je 60ste tot 30% belastingvermindering op, zonder dat de 8% eindbelasting hier nog op van toepassing is. Voor iemand die tot zijn 64ste blijft storten, levert dit vier jaar lang een aanzienlijk belastingvoordeel op. Wikifin noemt dit terecht een “mooi fiscaal voordeel” in de laatste jaren voor het pensioen. Het is in feite een van de meest rendabele en risicoloze investeringen die u op die leeftijd kunt doen, aangezien het rendement niet afhangt van de beursprestaties maar rechtstreeks uit de belastingvermindering komt.

Voor wie de financiële ademruimte heeft, is het dus een absolute aanrader om het pensioensparen voort te zetten na de 60ste verjaardag. U combineert het belastingvoordeel met de rendementen van uw gekozen fonds of verzekering, terwijl de zwaarste fiscale last al achter de rug is. Het is een strategische bonusfase in uw pensioenopbouw.

Kan u privé pensioensparen combineren met een VAPZ en IPT?

Voor zelfstandigen is het landschap van pensioenopbouw nog complexer, met meerdere ‘pijlers’ en producten die naast elkaar bestaan. Een veelvoorkomende vraag is hoe het klassieke pensioensparen (de derde pijler) zich verhoudt tot producten specifiek voor zelfstandigen, zoals het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ, tweede pijler) en de Individuele Pensioentoezegging (IPT, ook tweede pijler, via een vennootschap).

Het antwoord is ja, u kunt en moet deze systemen combineren. Ze sluiten elkaar niet uit, maar vullen elkaar aan. De noodzaak hiervan wordt pijnlijk duidelijk als we kijken naar de wettelijke pensioenen. Het gemiddeld maandelijks wettelijk nettopensioen voor werknemers bedraagt slechts €1.585 per maand, en voor zelfstandigen ligt dit bedrag historisch gezien vaak nog lager. Cumulatie is dus geen luxe, maar een noodzaak om uw levensstandaard na uw carrière te behouden.

Er is echter een duidelijke fiscale hiërarchie. Niet elk product biedt hetzelfde voordeel. Voor een zelfstandige is de VAPZ (of de sociale VAPZ) bijna altijd de meest interessante eerste stap. De premies zijn 100% aftrekbaar als beroepskost, wat niet alleen uw belastingen verlaagt maar ook uw sociale bijdragen doet dalen. Dit levert een aanzienlijk hoger nettorendement op dan de 30% belastingvermindering van het pensioensparen.

De volgende stap, voor zelfstandigen met een vennootschap, is de IPT. De vennootschap betaalt de premies, die aftrekbaar zijn als vennootschapskost, mits de 80%-regel gerespecteerd wordt (het totale pensioen mag niet hoger zijn dan 80% van de laatste normale brutojaarbezoldiging). Pas wanneer de mogelijkheden van VAPZ en IPT optimaal benut zijn, komt het klassieke pensioensparen in beeld als een extra laag van private pensioenopbouw. Het biedt een persoonlijke belastingvermindering bovenop de voordelen die via de beroepskosten worden verkregen.

Fiscale hiërarchie voor zelfstandigen
Prioriteit Product Fiscaal voordeel
1 VAPZ (sociaal) 100% aftrekbaar als beroepskost + verminderde sociale bijdragen
2 IPT (via vennootschap) Aftrekbaar mits 80%-regel
3 Pensioensparen (3e pijler) 30% of 25% belastingvermindering

Waarom een standaard brandverzekering de herbouwwaarde van uw ornamenten niet dekt

Hoewel dit onderwerp buiten het strikte kader van pensioensparen valt, illustreert het een vergelijkbaar principe: een standaardoplossing dekt vaak de unieke waarde van uw patrimonium niet. Net zoals de eindbelasting van pensioensparen een specifieke logica volgt, vereist de bescherming van een waardevol onroerend goed een aanpak op maat. Veel eigenaars van historische panden in België gaan er ten onrechte van uit dat hun brandverzekering de volledige schade zal dekken na een brand.

De realiteit is dat een standaard brandpolis uitgaat van een herbouwwaarde in ‘nieuwe staat’, met moderne materialen en technieken. Dit dekt echter niet de kostprijs voor het ambachtelijk herstel of de reconstructie van bijzondere ornamenten. Denk hierbij aan authentieke moulures, marmeren schouwen, oude parketvloeren in visgraatmotief of ingebouwde art-deco elementen. De kosten om dergelijke elementen door gespecialiseerde vakmensen te laten herstellen, overstijgen ver de standaard herbouwkosten per vierkante meter.

Verzekeraars passen in zo’n geval vaak de evenredigheidsregel toe. Als blijkt dat uw woning onderverzekerd was omdat de waarde van deze ornamenten niet werd meegerekend, zal de uitkering proportioneel verminderd worden, zelfs voor de ‘gewone’ schade. Om dit te vermijden, is een proactieve aanpak noodzakelijk. De eigenaar moet zelf de waarde van deze bijzondere elementen laten vaststellen door een erkend schatter-expert. Dit expertiseverslag moet vervolgens aan de verzekeraar worden voorgelegd om de verzekerde waarde correct vast te leggen en, idealiter, een specifieke clausule te laten opnemen die afstand doet van de evenredigheidsregel voor deze elementen.

Waarom kiezen Belgen best voor kapitaliserende ETF’s om roerende voorheffing te vermijden?

Voor wie naast het klassieke pensioensparen ook zelf wil beleggen voor zijn pensioen, zijn ETF’s (Exchange Traded Funds) een populaire keuze. Maar ook hier schuilt een belangrijke fiscale nuance in die specifiek is voor België: het verschil tussen distribuerende en kapitaliserende ETF’s. Dit keuze heeft een directe impact op uw netto rendement door de roerende voorheffing.

Een distribuerende ETF keert de dividenden van de onderliggende aandelen periodiek uit aan de belegger. Op deze dividenden is in België een roerende voorheffing van 30% verschuldigd. Dit is een onmiddellijke en jaarlijkse belastingdruk die uw rendement aantast en het effect van samengestelde interesten vertraagt.

Een kapitaliserende ETF (ook wel accumulerende ETF genoemd) keert geen dividenden uit. In plaats daarvan worden de dividenden automatisch herbelegd binnen het fonds zelf, waardoor de waarde van de ETF stijgt. Omdat er geen dividend wordt ‘uitgekeerd’, is er ook geen roerende voorheffing van 30% verschuldigd. Dit zorgt voor een aanzienlijk fiscaal voordeel: de dividenden kunnen belastingvrij groeien binnen het fonds, wat het compounding-effect maximaliseert. Bij verkoop van de ETF betaalt u in principe geen meerwaardebelasting, tenzij het om speculatieve transacties gaat.

Daarnaast is er de beurstaks (Taks op de Beurverrichtingen of TOB). ETF’s hebben een TOB-tarief van 0,12% tot 1,32% in België, afhankelijk van hun structuur en registratie. Het is cruciaal om ETF’s te kiezen die in het buitenland (bv. Ierland of Luxemburg) gedomicilieerd zijn en niet in België geregistreerd zijn. Deze hebben doorgaans het laagste TOB-tarief (0,12%) en vermijden de hoge TOB van 1,32% die geldt voor in België geregistreerde kapitaliserende fondsen. De onderstaande tabel verduidelijkt de impact.

Vergelijking fiscale impact distribuerende vs kapitaliserende ETF’s
Type ETF Roerende voorheffing Beurstaks (TOB) Netto voordeel
Distribuerende ETF 30% op dividenden 0,12% – 0,35% Lager door jaarlijkse belasting
Kapitaliserende ETF (niet BE) 0% 0,12% Hoger door herinvestering
Kapitaliserende ETF (BE geregistreerd) 0% 1,32% Verminderd door hoge TOB

Essentiële inzichten

  • De ‘fiscale val’ is reëel: storten tussen €990 en €1.188 levert een lager belastingvoordeel op dan €990 storten.
  • Doorgaan met storten na uw 60ste is een van de meest rendabele en risicoloze acties, dankzij het belastingvoordeel zonder eindbelasting.
  • Voor zelfstandigen is de hiërarchie cruciaal: optimaliseer eerst VAPZ en IPT voordat u het pensioensparen maximaliseert.

Hoe bouwt u een wereldwijde portefeuille met lage kosten en minimale beurstaks (TOB)?

De theorie is duidelijk: kies voor kapitaliserende, wereldwijd gediversifieerde ETF’s met een lage kostenstructuur en een minimale beurstaks. Maar hoe past u dit concreet toe als Belgische belegger? Het opbouwen van een efficiënte portefeuille hoeft niet complex te zijn. Met slechts twee ETF’s kunt u al een zeer brede spreiding over de wereldeconomie realiseren.

Een populaire en eenvoudige strategie, vaak aanbevolen voor Belgische beleggers, is een combinatie van een ETF die ontwikkelde markten volgt en een die zich richt op opkomende markten. Een veelgebruikt voorbeeld is een portefeuille die voor 88% bestaat uit IWDA (iShares Core MSCI World) en voor 12% uit EMIM (iShares Core MSCI Emerging Markets). IWDA volgt meer dan 1.400 bedrijven in 23 ontwikkelde landen, terwijl EMIM investeert in meer dan 2.500 bedrijven in 24 opkomende markten. Samen bieden ze een uitstekende wereldwijde diversificatie.

De historische prestaties van een dergelijke strategie zijn veelbelovend. De IWDA ETF, die de MSCI World index volgt, heeft sinds 1980 een gemiddeld rendement van ongeveer 10,2% per jaar laten zien. Hoewel prestaties uit het verleden geen garantie bieden voor de toekomst, toont dit wel de kracht van langetermijnbeleggen in een gediversifieerde index. Om de fiscale voordelen te maximaliseren, is het cruciaal dat u kiest voor de kapitaliserende varianten van deze ETF’s, die gedomicilieerd zijn in Ierland (te herkennen aan een ISIN-code die begint met ‘IE’).

Actieplan: Uw eenvoudige twee-fonds portefeuille opzetten

  1. Portefeuille samenstellen: Wijs 88% van uw beleggingskapitaal toe aan een wereldwijde ETF voor ontwikkelde markten (bv. iShares Core MSCI World – IWDA) en 12% aan een ETF voor opkomende markten (bv. iShares Core MSCI Emerging Markets – EMIM).
  2. ETF-versies selecteren: Controleer en kies specifiek de kapitaliserende (accumulating) varianten van deze ETF’s om de 30% roerende voorheffing op dividenden te vermijden.
  3. Domicilie controleren: Verifieer dat de ETF’s gedomicilieerd zijn in Ierland (ISIN begint met ‘IE’) en niet geregistreerd zijn in België, om de hoge beurstaks (TOB) van 1,32% te ontwijken en te profiteren van het lage tarief van 0,12%.
  4. Broker kiezen: Open een rekening bij een Belgische broker die de afhandeling van de TOB automatisch voor u regelt, wat uw administratieve lasten aanzienlijk vereenvoudigt.
  5. Wettelijke verplichtingen naleven: Indien u een rekening opent bij een buitenlandse broker, vergeet dan niet om deze rekening jaarlijks aan te geven bij het Centraal Aanspreekpunt (CAP) van de Nationale Bank van België.

Door deze concrete stappen te volgen, kunt u op een fiscaal efficiënte en gedisciplineerde manier een solide en wereldwijd gespreide portefeuille opbouwen voor uw toekomst.

Veelgestelde vragen over De fiscale optimalisatie van uw pensioensparen

Wat zijn bijzondere ornamenten volgens Belgische verzekeraars?

Authentieke moulures, marmeren schouwen, oude parketvloeren, ingebouwde art-deco elementen

Waarom dekt een standaard brandverzekering deze niet?

Standaardpolissen gaan uit van moderne herbouwmaterialen, niet van ambachtelijk herstel

Welke extra verzekering heb ik nodig?

Een kunst- en antiekverzekering of clausule afstand van evenredigheidsregel

Jeroen De Smet, Senior Game Developer en Tech Lead met meer dan 15 jaar ervaring in de Belgische gaming-industrie en start-up scene. Hij is gespecialiseerd in Unity/Unreal development, XR-toepassingen en het begeleiden van technische teams binnen incubatoren zoals imec.istart.