
Goede content is niet langer genoeg om hoog te scoren in Google. De technische prestaties van uw site, de Core Web Vitals, zijn nu een doorslaggevende rankingfactor.
- Elke milliseconde vertraging wordt door Google geïnterpreteerd als een slechte gebruikerservaring en direct afgestraft in uw zichtbaarheid.
- Mobiele prestaties zijn de nieuwe standaard; een goede desktopscore is irrelevant als uw mobiele site traag en frustrerend is voor Belgische gebruikers op 4G/5G-netwerken.
Aanbeveling: Focus niet op het ‘plezieren’ van Google, maar op het respecteren van uw bezoeker. Optimaliseer uw LCP, CLS en INP om het prestatie-contract met uw gebruiker te herstellen.
U opent uw mailbox en ziet een melding van Google Search Console: “Problemen met Core Web Vitals gedetecteerd op uw site”. U heeft geïnvesteerd in een prachtig design en overtuigende teksten, maar toch dalen uw posities in de zoekresultaten. Jarenlang was de consensus dat content koning was. U zorgde voor de juiste trefwoorden, een logische structuur en waardevolle informatie. Maar de spelregels zijn veranderd. Google leest niet alleen meer wat u schrijft; het meet hoe uw bezoekers de interactie met uw site ervaren.
De harde waarheid is dat laadsnelheid en gebruikerservaring geen technische details meer zijn voor specialisten. Ze vormen de kern van een nieuw, ongeschreven ‘prestatie-contract’ tussen u en uw bezoeker. Elke hapering, elke onverwachte verschuiving van de lay-out en elke milliseconde wachttijd is een contractbreuk. En sinds de introductie van de Core Web Vitals als rankingfactor, treedt Google op als de onverbiddelijke rechter die deze contractbreuken vertaalt in een directe, meetbare ‘zichtbaarheidskost’: een lagere ranking.
Dit is geen verre-toekomstmuziek. Dit is de realiteit voor elke Belgische website-eigenaar vandaag. Het negeren van deze technische basis is als het bouwen van een prachtig huis op een zinkend fundament. In dit artikel ontleden we de technische oorzaken van een slechte score, specifiek voor de Belgische context. We gaan verder dan het generieke advies en geven u concrete, actiegerichte oplossingen om het prestatie-contract met uw gebruikers te herstellen en uw zuurverdiende posities in Google terug te winnen.
In deze gids duiken we diep in elke component van de Core Web Vitals. We leggen uit wat ze betekenen, waarom ze specifiek in België van belang zijn en hoe u ze kunt optimaliseren voor maximale prestaties en zichtbaarheid.
Inhoudsopgave: Uw gids voor Core Web Vitals en Google rankings
- Hoe zorgt u dat uw grootste afbeelding binnen 2,5 seconden laadt?
- Waarom verspringt uw tekst tijdens het laden en hoe frustreert dit gebruikers?
- Hoe zorgt u dat knoppen direct reageren als iemand erop klikt?
- Waarom is uw desktop-score groen maar uw mobiele score rood?
- Hoe verkleint u foto’s zonder kwaliteitsverlies voor een snellere site?
- Waarom haken mobiele gebruikers af bij AR-toepassingen die langer dan 3 seconden laden?
- Unity of Unreal: welke engine is efficiënter voor een 2D-platformer op mobiel?
- Waarom scoort uw mooie nieuwe website slecht in Google ondanks goede teksten?
Hoe zorgt u dat uw grootste afbeelding binnen 2,5 seconden laadt?
De Largest Contentful Paint (LCP) meet hoe lang het duurt voordat het grootste zichtbare element op de pagina, meestal een afbeelding of een groot tekstblok, volledig geladen is. Dit is de belangrijkste indicator voor de gepercipieerde laadsnelheid. Als uw LCP traag is, voelt uw hele site traag aan, zelfs als de rest al geladen is. De drempel van Google is genadeloos: alles boven de 2,5 seconden wordt als ‘verbetering nodig’ of ‘slecht’ bestempeld. Dit is een enorme uitdaging in België, waar de gemiddelde internetsnelheid van 125 Mbps weliswaar hoog lijkt, maar nog steeds achterloopt op het West-Europese gemiddelde van 150 Mbps. Elke kilobyte telt.
Een trage LCP is vaak het directe gevolg van een onvoldoende geoptimaliseerde hero-afbeelding of -banner. Het is de eerste visuele indruk die u maakt, en een vertraging hier breekt onmiddellijk het ‘prestatie-contract’ met de bezoeker. De oplossing ligt in een meervoudige aanpak, waarbij serverrespons, content delivery en beeldoptimalisatie hand in hand gaan. Het gebruik van een Content Delivery Network (CDN) met servers in of nabij België, zoals het datacenter van Cloudflare in Brussel, is geen luxe maar een noodzaak om de afstand die data moet afleggen te minimaliseren.

Zoals deze visualisatie toont, verkort een CDN de route tussen uw server en de Belgische gebruiker drastisch. Maar dat alleen is niet genoeg. U moet de browser ook proactief vertellen om uw LCP-element met voorrang te laden. Dit doet u door het <link rel="preload"> attribuut te gebruiken voor uw belangrijkste afbeelding. Verderop in dit artikel bespreken we hoe u die afbeeldingen zelf kunt verkleinen, maar de eerste stap is altijd het verkorten van de levertijd. Een snelle server response time (Time To First Byte of TTFB) van minder dan 600ms is hierbij de basis.
Waarom verspringt uw tekst tijdens het laden en hoe frustreert dit gebruikers?
Cumulative Layout Shift (CLS) is misschien wel de meest frustrerende metriek voor een gebruiker. Het meet de visuele stabiliteit van uw pagina. Heeft u ooit geprobeerd op een knop te klikken, om op het laatste moment een reclamebanner te zien verschijnen die de hele pagina naar beneden duwt, waardoor u op de advertentie klikt? Dat is een slechte CLS-score in actie. Het is de ultieme frustratie-index en een flagrante schending van het gebruikersvertrouwen. Elke onverwachte layoutverschuiving ondermijnt de betrouwbaarheid van uw interface.
De impact van deze frustratie is direct meetbaar. Volgens onderzoek kan elke seconde vertraging leiden tot een 7% vermindering in conversie. Hoewel dit over laadtijd gaat, is de onderliggende oorzaak hetzelfde: een slechte gebruikerservaring. Een onstabiele layout is een vorm van visuele vertraging die leidt tot misklikken en afhakers. Veelvoorkomende boosdoeners zijn afbeeldingen zonder gespecificeerde afmetingen, dynamisch ingeladen advertenties, iframes of webfonts die de layout pas aanpassen nadat de tekst al is getoond.
Praktijkvoorbeeld: Cookie-consent banners en CLS in de Belgische context
Een veelvoorkomende oorzaak van CLS in België en de EU zijn de cookie-consent banners die vaak pas na de initiële pagina-inhoud worden ingeladen. Ze duwen de content naar beneden, wat resulteert in een slechte score. Voor Belgische overheidsinstanties, die moeten voldoen aan de strenge AnySurfer-richtlijnen voor digitale toegankelijkheid, is dit onacceptabel. Een instabiele layout treft gebruikers met een visuele of motorische beperking extra hard. De oplossing is simpel maar effectief: reserveer vooraf ruimte voor de banner met CSS. Door een min-height in te stellen op de body of een container en de banner met position: fixed onderaan te plaatsen, voorkomt u de verschuiving volledig en respecteert u zowel Google als de toegankelijkheidsnormen.
Het oplossen van CLS-problemen gaat over anticiperen. U moet de browser van tevoren vertellen hoeveel ruimte elk element zal innemen. Voeg altijd breedte- en hoogte-attributen toe aan uw <img> en <video> tags. Reserveer met CSS ruimte voor advertenties of ingebedde content. Zorg ervoor dat webfonts efficiënt worden geladen (bijvoorbeeld met font-display: swap;), maar wees u ervan bewust dat dit nog steeds een kleine verschuiving kan veroorzaken. De meest robuuste oplossing is om een fallback font te gebruiken dat qua afmetingen sterk lijkt op uw webfont.
Hoe zorgt u dat knoppen direct reageren als iemand erop klikt?
Sinds maart 2024 is First Input Delay (FID) officieel vervangen door een nieuwe, strengere metriek: Interaction to Next Paint (INP). Waar FID enkel de reactietijd op de *allereerste* interactie mat, meet INP de traagste interactie gedurende de hele levensduur van de pagina. Dit omvat klikken, tikken en toetsenbordinvoer. Het is de maatstaf voor de algehele responsiviteit van uw site. Een goede INP-score betekent dat uw interface levendig en direct aanvoelt; een slechte score voelt log en stroperig.
Google’s nieuwe standaard vereist een score van 200 milliseconden of minder voor een goede INP-score. Alles daarboven creëert een merkbare vertraging die het ‘prestatie-contract’ verbreekt. De hoofdoorzaak van een hoge INP is bijna altijd een overbelaste hoofdthread van de browser, die te druk is met het uitvoeren van JavaScript. Terwijl de browser bezig is met het parsen en uitvoeren van complexe scripts, kan hij niet reageren op de input van de gebruiker. Dit is een typisch probleem bij moderne websites die afhankelijk zijn van zware JavaScript-frameworks en talloze third-party scripts voor analytics, advertenties of functionaliteit.
In de Belgische context is dit bijzonder relevant voor e-commercesites. De integratie van betaalmethoden zoals Bancontact en Payconiq, of scripts voor verzendopties, voegt vaak aanzienlijke JavaScript-overhead toe. Als deze scripts niet efficiënt worden geladen, kunnen ze de hele site blokkeren precies op het moment dat een klant op “Toevoegen aan winkelwagen” of “Betalen” wil klikken. Het resultaat is een gefrustreerde klant en een verloren verkoop.
Actieplan: Optimalisatie voor een lage INP-score
- Identificeer zware scripts: Gebruik de Chrome DevTools (Performance tab) om te achterhalen welke JavaScript-taken de hoofdthread blokkeren. Let specifiek op third-party scripts van bijvoorbeeld betaalintegraties zoals Bancontact en Payconiq.
- Verplaats taken naar de achtergrond: Implementeer Web Workers om complexe JavaScript-berekeningen uit te voeren zonder de hoofdthread te blokkeren, zodat de gebruikersinterface responsief blijft.
- Splits uw code: Gebruik ‘code splitting’ om uw JavaScript in kleinere, on-demand ‘chunks’ op te delen. Laad enkel de code die nodig is voor de huidige pagina.
- Test op de ‘mobiele realiteit’: Test uw site niet enkel op een high-end iPhone, maar op doorsnee Android-smartphones die veel gebruikt worden in België. De prestaties kunnen drastisch verschillen.
- Monitor proactief: Gebruik het Chrome User Experience Report (CrUX) via tools zoals Google Search Console of PageSpeed Insights om de INP-scores van uw echte Belgische gebruikers in de gaten te houden.
Waarom is uw desktop-score groen maar uw mobiele score rood?
Dit is een van de meest voorkomende en frustrerende observaties voor website-eigenaren: een perfecte 100/100 score op de desktopversie in PageSpeed Insights, maar een dieprode score voor mobiel. De oorzaak is de ‘mobiele realiteit’. Google’s meting voor mobiel simuleert geen high-end smartphone op een snelle wifi-verbinding. Het simuleert een gemiddeld mobiel toestel op een matige 4G-verbinding. Dit is een veel realistischer scenario voor de meeste Belgische gebruikers die uw site onderweg bezoeken.
Interessant is dat het probleem niet altijd de netwerksnelheid zelf is. Het meest recente rapport van Ookla toont dat in België de mediane downloadsnelheid van 116,69 Mbps voor mobiel en vast internet verrassend dicht bij elkaar liggen. De echte bottleneck is niet de ‘pijplijn’, maar het apparaat aan het einde ervan: de smartphone. Mobiele processors zijn aanzienlijk langzamer dan hun desktop-tegenhangers, ze hebben minder geheugen (RAM) en de grafische verwerking is minder krachtig. Dit betekent dat taken zoals het uitvoeren van JavaScript en het renderen van de pagina 2 tot 3 keer langer kunnen duren.
De onderstaande tabel illustreert de harde waarheid van de technische kloof tussen desktop en mobiel. Een script dat op uw desktopcomputer in een oogwenk wordt uitgevoerd, kan een mobiele processor secondenlang bezighouden, wat leidt tot dramatisch slechtere LCP- en INP-scores.
| Factor | Desktop | Mobiel | Impact op score |
|---|---|---|---|
| Processorsnelheid | 2.5-4 GHz multi-core | 1.5-2.8 GHz | 2-3x langzamere JS execution |
| Netwerk | Fiber/Kabel (100+ Mbps) | 4G/5G (30-60 Mbps gemiddeld) | Langere downloadtijden |
| Geheugen | 8-32 GB RAM | 2-6 GB RAM | Beperkte cache mogelijkheden |
| Rendering | Dedicated GPU | Integrated GPU | Tragere paint times |
De conclusie is onontkoombaar: u moet uw site optimaliseren voor de zwakste schakel. ‘Mobile-first’ is niet langer een designfilosofie, maar een technische noodzaak. Dit betekent minder en efficiëntere JavaScript, kleinere afbeeldingen, en een ontwerp dat rekening houdt met de beperkte verwerkingskracht van een gemiddelde smartphone.
Hoe verkleint u foto’s zonder kwaliteitsverlies voor een snellere site?
Afbeeldingen zijn vaak de grootste boosdoeners voor een trage LCP. Een prachtige, hoge-resolutie foto kan uw design maken of kraken, maar het kan ook uw laadtijd en dus uw Google-ranking breken. De kunst is om afbeeldingen te optimaliseren zonder zichtbaar kwaliteitsverlies. Dit is een proces van visueel verliesloze compressie: het bestand verkleinen tot op het punt waar het menselijk oog het verschil met het origineel nauwelijks kan zien. Gelukkig zijn er moderne technieken en formaten die dit mogelijk maken.
De eerste stap is afscheid nemen van oude formaten zoals JPEG en PNG. Moderne formaten zoals WebP en AVIF bieden een superieure compressie, wat resulteert in bestanden die 30% tot 50% kleiner zijn bij een vergelijkbare visuele kwaliteit. De meeste moderne browsers ondersteunen deze formaten, en u kunt via de HTML <picture> tag een fallback naar JPEG voorzien voor oudere browsers. Daarnaast is het cruciaal om ‘responsive images’ te gebruiken. Een bezoeker op een smartphone heeft geen afbeelding van 2000 pixels breed nodig. Met het srcset attribuut kunt u de browser verschillende formaten van een afbeelding aanbieden, zodat deze zelf de meest geschikte kan kiezen op basis van de schermgrootte en resolutie.

Het optimaliseren van afbeeldingen is een technische handeling met een direct zichtbaar resultaat. Een andere belangrijke techniek is ‘lazy loading’. Afbeeldingen die niet direct zichtbaar zijn (bijvoorbeeld onderaan de pagina), hoeven niet meteen geladen te worden. Door het attribuut loading="lazy" aan uw <img> tag toe te voegen, stelt u het laden uit tot de gebruiker ernaartoe scrollt. Dit verbetert de initiële laadtijd (LCP) aanzienlijk. Voor Belgische sites die gehost worden op platformen zoals Combell of Versio, is het bovendien aan te raden te controleren welke server-side optimalisaties zij aanbieden, zoals automatische beeldconversie.
- Converteer alle afbeeldingen naar het WebP- of AVIF-formaat voor 30-50% kleinere bestanden.
- Implementeer
srcsetmet minimaal 3 verschillende resoluties om op elk scherm de juiste grootte te tonen. - Gebruik ‘lazy loading’ met het
loading='lazy'attribuut voor alle afbeeldingen die niet direct in beeld zijn. - Comprimeer afbeeldingen voor mobiele weergave tot een kwaliteit van 60-70%; dit is vaak visueel niet te onderscheiden van 90%.
- Voor e-commerce met 3D-modellen: comprimeer de mesh met tools als gltf-transform en verklein texture-afmetingen naar maximaal 1800x1800px.
Waarom haken mobiele gebruikers af bij AR-toepassingen die langer dan 3 seconden laden?
Augmented Reality (AR) op het web biedt revolutionaire mogelijkheden, van het virtueel passen van een bril tot het in uw woonkamer plaatsen van een nieuwe zetel. De magie verdwijnt echter snel als de ervaring op zich laat wachten. Voor mobiele AR-toepassingen is het ‘prestatie-contract’ nog strenger: gebruikers verwachten een quasi-onmiddellijke ervaring. Een laadtijd van meer dan 3 seconden is vaak al genoeg om de gebruiker te frustreren en te doen afhaken. De technische uitdaging is enorm, omdat AR afhankelijk is van het downloaden en renderen van complexe 3D-modellen op de beperkte hardware van een smartphone.
De sleutel tot succesvolle web-AR is agressieve optimalisatie van de 3D-assets. De bestandsgrootte is hierbij de belangrijkste factor. Een 3D-model moet idealiter onder de 25MB blijven om een acceptabele laadtijd op een mobiel netwerk te garanderen. Dit vereist een gespecialiseerde aanpak die verder gaat dan standaard beeldcompressie. Technieken zoals Draco-compressie voor glTF- en USDZ-bestanden (de standaardformaten voor web-AR) kunnen de geometrie van een model drastisch verkleinen. Daarnaast is ‘mesh decimation’ (het verminderen van het aantal polygonen) essentieel, waarbij een streefwaarde van minder dan 50.000 ‘faces’ vaak wordt gehanteerd voor een soepele real-time rendering.
Praktijkvoorbeeld: AR-optimalisatie voor Belgische retail
Een Belgische meubelzaak die een AR-functie wil aanbieden zodat klanten een zetel virtueel in hun interieur kunnen plaatsen, staat voor een dilemma. Een zeer gedetailleerd model zorgt voor een realistische weergave, maar resulteert in een lange laadtijd. Een te sterk vereenvoudigd model laadt snel, maar overtuigt niet. De oplossing ligt in een progressieve aanpak. Toon onmiddellijk een 2D-placeholder of een zeer eenvoudig ‘low-poly’ model terwijl de gedetailleerde textures op de achtergrond streamen. Door de 3D-assets progressief te laden, krijgt de gebruiker direct feedback en wordt de wachttijd gemaskeerd. Dit voorkomt de frustratie van een leeg scherm en houdt de klant betrokken bij de ervaring.
Het respecteren van de gebruikerstijd is nergens zo belangrijk als bij immersieve technologieën. De psychologische drempel om een AR-ervaring te starten is hoger dan het bezoeken van een normale webpagina. Elke technische frictie, zoals een lange laadtijd, bevestigt de mogelijke scepsis van de gebruiker en leidt tot een onmiddellijke ‘bounce’. Een feilloze prestatie is hier geen bonus, maar de absolute voorwaarde voor adoptie.
Unity of Unreal: welke engine is efficiënter voor een 2D-platformer op mobiel?
De keuze van een game engine heeft een diepgaande impact op de uiteindelijke prestaties van een mobiele game, een factor die direct de Core Web Vitals beïnvloedt als de game op het web wordt gespeeld of gepromoot. Voor ontwikkelaars van een 2D-platformer op mobiel is de verleiding groot om te kiezen voor een krachtige engine zoals Unreal Engine, bekend om zijn verbluffende 3D-graphics. Dit is echter vaak een geval van technische ‘overkill’. Unreal is een zwaargewicht, wat resulteert in een grotere bestandsgrootte van de app (APK) en een hogere belasting van de mobiele hardware voor relatief eenvoudige 2D-taken.
Unity is van oudsher een populaire keuze voor mobiele ontwikkeling en biedt een uitstekende balans tussen kracht en efficiëntie voor 2D-games. De C#-programmeertaal is toegankelijk en de engine is sterk geoptimaliseerd voor mobiele platformen. Echter, voor pure 2D-efficiëntie komt een andere speler steeds sterker naar voren: Godot. Als open-source engine is Godot extreem lichtgewicht. De 2D-renderer is specifiek voor dit doel gebouwd en zeer performant, wat leidt tot kleinere bestandsgroottes en een lager batterijverbruik – factoren die bijdragen aan een betere gebruikerservaring.
De keuze hangt ook af van het ecosysteem, wat in de Belgische context een belangrijke overweging is. Zoals Philip John Basile, een expert in game engine vergelijkingen, opmerkt in zijn analyse:
Voor 2D mobile games is Godot vaak de beste keuze vanwege de kleinere bestandsgrootte en efficiënte 2D renderer, hoewel Unity excellente ondersteuning biedt met meer learning resources
– Philip John Basile, Unity vs Unreal vs Godot: Finding Your Perfect Game Engine in 2025
De onderstaande tabel, aangepast voor de Belgische indie-ontwikkelaar, vat de belangrijkste afwegingen samen.
| Engine | 2D Mobile Performance | Kosten | Leercurve | Belgische Community |
|---|---|---|---|---|
| Unity | Uitstekend, geoptimaliseerd voor mobile | Gratis tot €200k/jaar omzet | Gemiddeld (C#) | Groot, actieve meetups in Brussel/Gent |
| Unreal | Overkill voor 2D, grotere APK size | Gratis tot €1M, daarna 5% | Steil (C++/Blueprints) | Klein maar groeiend |
| Godot | Zeer efficiënt voor 2D | 100% gratis, open source | Laag (GDScript) | Opkomend in België |
Kernpunten
- Core Web Vitals zijn geen technische checklist, maar een directe meting van gebruikersrespect.
- Mobiele prestaties zijn dominant; optimaliseer voor de gemiddelde Belgische gebruiker, niet voor uw snelle desktop.
- Elk onderdeel, van afbeeldingen tot externe scripts (bv. Bancontact), draagt bij aan de totale ‘zichtbaarheidskost’ van een trage site.
Waarom scoort uw mooie nieuwe website slecht in Google ondanks goede teksten?
Het is de paradox waar veel Belgische ondernemers mee worstelen: een dure, visueel verbluffende nieuwe website wordt gelanceerd, maar de bezoekersaantallen en de posities in Google kelderen. De oorzaak is dat design en content alleen niet meer volstaan. Google beoordeelt uw site nu als een totaalpakket, waarbij de technische gebruikerservaring even zwaar doorweegt als de kwaliteit van uw teksten. Een ‘mooie’ site die traag laadt, verspringt of niet reageert, is in de ogen van Google een ‘slechte’ site.
Dit fenomeen is wijdverbreid. Zelfs de grootste spelers op de Belgische markt worstelen hiermee. Analyse van Semrush toont dat top e-commercesites zoals Coolblue en MediaMarkt in België te kampen hebben met bounce rates tussen 40% en 58%. Hoewel hier vele factoren spelen, is een suboptimale laadervaring een belangrijke bijdragende factor. Een bezoeker die enkele seconden moet wachten, klikt genadeloos weg, een signaal dat Google registreert als een negatieve gebruikerservaring.
Praktijkvoorbeeld: De kost van het negeren van Core Web Vitals
Een Belgische B&B aan de kust investeerde in een volledige redesign met prachtige, schermvullende foto’s. Kort na de lancering kelderden hun topposities voor zoektermen als “B&B aan zee”. De oorzaak? De nieuwe site voldeed niet aan de Core Web Vitals-vereisten. De grote afbeeldingen zorgden voor een LCP van meer dan 5 seconden, en het dynamisch laden van een boekingswidget veroorzaakte een hoge CLS. Sinds de Page Experience Update is dit een directe rankingfactor. Na een intensief optimalisatietraject waarbij de afbeeldingen werden gecomprimeerd, ‘lazy loading’ werd toegepast en er ruimte werd gereserveerd voor de widget, herwon de site langzaam zijn zichtbaarheid. De les: technische perfectie is geen bonus meer, maar de basisvoorwaarde om mee te mogen spelen op de competitieve Belgische markt.
Uw website is geen statische brochure meer. Het is een dynamische, interactieve applicatie die beoordeeld wordt op zijn prestaties. De Core Web Vitals zijn de meetinstrumenten voor die prestaties. Het negeren ervan is het negeren van de fundamentele verwachtingen van zowel uw bezoekers als van Google. Een goede ranking is het resultaat van een holistische aanpak, waarbij content, design én technische excellentie naadloos samenkomen.
Begin vandaag nog met het implementeren van deze strategieën en herstel de prestaties én de zichtbaarheid van uw website. De volgende stap is een grondige analyse van uw eigen Core Web Vitals-rapport in Google Search Console.